Mens erger je niet; het spel voor de regenachtige dag!

De oorsprong van het spel ‘Mens erger je niet’ ligt vermoedelijk in India. Het traditionele spel ‘Pachisi’ werd in Engeland onder de naam ‘Ludo’ in 1896 uitgebracht. De Duitser Joseph Friedrich Schmidt bedacht onder de naam ‘Mensch ärgere Dich nicht’, welke in 1914 op de markt kwam, de huidige versie. In Nederland verscheen het pas in 1934 doordat uitgeverij Jumbo het op de markt bracht. In Vlaanderen wordt het ook wel het ‘Paardjesspel’ genoemd.

De huidige versie ‘Mens erger je niet’ is een spel geschikt voor 2 of 4 spelers. Meestal is er op de achterkant ook nog een versie te vinden voor een 6 spelers variatie. Daarnaast is er een dobbelsteen en heeft elke speler 4 pionnen. Het doel is om als speler met al je pionnen een ronde te maken en te eindigen in de vakjes met dezelfde kleur als je pion. En hoewel het spel ook een oneven variant mogelijk maakt, is bij een oneven getal aan spelers, één van de spelers in het voordeel aangezien hij dan geen ‘achtervolger’ heeft.

‘Mens erger je niet’ is in de meeste opzichten een geluksspel, maar er zijn toch weldegelijk een aantal tactische en strategische elementen aanwezig. 

Zo kun je als speler proberen om:

  • – een pion van de tegenstander te achtervolgen;
  • – met een niet zo ver gevorderde pion een tegenstander op te wachten;
  • – je pion zo ver mogelijk van de tegenstander vandaan te houden om te voorkomen dat deze van het bord ‘wordt geslagen’;
  • – je pion niet op het startveld van een medespeler te zetten maar juist achter dit startveld te houden.

En indien je met meer dan 2 spelers speelt, kun je natuurlijk samenwerken met een andere medespeler om iemand sneller te verwijderen 🙂

Mens erger je niet; hoe speel je het?

Om te beginnen kies je als speler een hoek/kleur waarin je wilt beginnen en je zet daar 3 pionnen neer. De 4e pion zet je op de gekleurde ‘startpositie’. Iedereen gooit daarna 1 keer met de dobbelsteen en de persoon die het hoogste aantal ogen gooit mag beginnen.

De winnaar gooit weer met de dobbelsteen en zet zijn pion het zelfde aantal vakjes vooruit als het aantal gegooide ogen. Daarna is het de beurt aan de volgende speler. Kom je op een vakje uit waar een pion staat van een medespeler, dan mag je deze pion ‘slaan’. Waarbij de geslagen pion weer terug moet naar het beginvak.

Je mag overigens pas een nieuwe pion het veld inbrengen indien je een 6 gooit. Na het gooien van de 6, zet je dus de volgende pion op de startpositie. Je mag daarna nog één keer gooien. Gooi je een zes, maar heb je geen pionnen meer in de hoek, dan mag je een keuze maken welke pion je verzet. De 6 geeft dus in eerste instantie de verplichting om een pion uit de hoek te nemen en in het spel in te brengen.

Heb je het volledige rondje gemaakt met je pion dan wacht je nog 1 moeilijkheid; je moet namelijk de pion wel precies op een open nummer proberen te krijgen. Het aantal ogen welke je gooit moet dus precies kloppen want anders moet de pion blijven staan.

Heb je als speler als eerste alle rondjes gemaakt met je pionnen, en zijn deze precies geland op het juiste nummer dan ben jij de winnaar van ‘Mens erger je niet’.